zondag 14 mei 2006

Een ouwe rot in zijn vak

Maandag 8 mei, 20.50 uur precies begon Carlos Santana aan een geweldig concert in Ahoy. In het lange voorprogramma speelde zijn zoon Salvador Santana met zijn band, voor ons had dat wat korter gemogen! Alhoewel er ook hele goede stukken bij waren, werden we soms overspoeld door een kakafonie aan geluid waar de zangeres dan nog eens overheen wilde.

Nee dan papa Santana, een echte ouwe rot in zijn vak. Met zijn bijna 59 jaren (20-07-1947) doet hij voor niemand onder. Ogenschijnlijk ontspannen, speelt hij de sterren van de hemel.
Ahoy zat vol fans en de sfeer was grandioos, het leek behoorlijk uitverkocht alhoewel er nog tot op het laatst kaarten beschikbaar waren.
Ook zijn muzikanten, de uit 9 personen bestaande band Santana, droegen bij aan de topprestatie. Opvallend waren de percussionisten (Karl Perazzo en Paul Rekow), die samen met de drummer Dennis Chambers garant stonden voor opzwepende ritmes. In de band speelt ook een uit Nederland afkomstige basgitarist: Benny Rietveld. Deze jongen uit Utrecht verhuisde in zijn jeugd naar Hawaii, waar hij 2 jaar de University of Hawaii College of Music bezocht.
Samen met keyboard-man Chester Thompson, zanger Andy Vargas en zanger/gitarist Tommy Anthony speelde Carlos Santana het ene na het andere nummer, daarbij begeleid door Bull Ortiz op trompet en Jeff Cressman op trombone. Zowel oude hits als nieuwe nummers werden vol overgave gebracht. Natuurlijk reageerde het publiek vooral op de 'ouwe gouwe hits' zoals Black Magic Woman en Oye Como Va. Het was een wervelende show zonder oponthoud. Zou je verwachten dat iemand van 58 na een uur wel aan een pauze toe zou zijn, dan had je het compleet mis. Tot dik half 11 werd er gespeeld en daar bleef het niet bij. Ook voor de toegift(en) werd er ruim de tijd genomen, om 10 over 11 werd er pas definitief gestopt.
Het was meer dan de moeite waard om dit concert bij te wonen, te ondergaan is misschien een betere uitdrukking. Maar toch is er iets dat we gemist hebben, we hebben ons verbaasd over het ontbreken van Samba Pa Ti, een nummer dat zo helemaal bij dit optreden gepast zou hebben. Tot het laatst toe zijn we blijven hopen, maar zelfs bij de toegift mochten we het niet horen...

zondag 7 mei 2006

Wonderschoon Wallonië?

Voor de proloog van de Giro d'Italia werd dit jaar het plaatsje Seraing uitgekozen, net onder Luik. Omdat in dit geval een stukje Italië opeens heel dichtbij kwam, reden we op een zonnige zaterdag naar België. Buiten Seraing waren op parkeerplaatsen die bij het vliegveld van Luik horen voldoende gratis plaatsen gecreëerd en met bussen werden we naar het centrum vervoerd. Prima geregeld dus.
In Seraing aangekomen zagen we vooral veel roze, dé kleur van de Giro. Speciaal voor de gelegenheid was ook een groot aantal Italiaanse motoragenten meegekomen, er waren zelfs Italiaanse ambulances uit Milaan. Het weer werkte, op één flinke bui na, ook prima mee. Het sfeertje was heel zomers.
De wedstrijd zelf was een individuele tijdrit voor alle 198 renners, er werd om de minuut gestart en er moest een parcours van 6,2 km worden afgelegd. Dat betekent voor de toeschouwers ruim 3½ uur wielerspektakel. Er zat zelfs een heus colletje in deze proloog, er was dan ook écht iets te zien!
Tot zo ver de mooie wielersport, de omgeving waarin de wedstrijd plaatsvond was een ander verhaal. Seraing in Wallonië of all places, hoe zijn ze ooit op dát idee gekomen? Alles wat je je bij een Waalse industriestad voorstelt, klopt voor Seraing. Vies, vervallen, stank etc. Er was niet eens moeite gedaan om de bouwvallen te verbergen of tijdelijk op te knappen. Voor het oog van de hele (wieler)wereld stond het stadje er te verkommeren, troosteloos en smerig.
Denk aan een vergelijkbaar evenement in Nederland en je kunt je meteen voorstellen dat er van tevoren flink gewerkt en opgeknapt wordt. Eigenaars van bouwvallige panden worden aangeschreven dat ze (in ieder geval aan de straatzijde) het een en ander op moeten knappen en de betreffende gemeente zal zeker ook zelf aan de slag gaan. Langs de route moet alles er tiptop uitzien. Overal worden prullenbakken neergezet om mensen aan te moedigen de straat netjes te houden.
Zo niet in Seraing, op het parkeren na en de geplaatste dranghekken was er niks van enige voorbereiding door de gemeente zelf te merken. Afvalbakken waren er ook niet, het laat zich raden waar iedereen de lege colablikjes en meer heeft achtergelaten. Na afloop trok het toeschouwerslegioen weer naar de bussen en bleef Seraing in al zijn vergane glorie verlaten achter.

zondag 30 april 2006

Duitse Douane

Vorige week kwamen we met een koffer te weinig in Nederland aan. Onze 3de koffer konden we niet zelf meenemen omdat we teveel gewicht ingepakt hadden. In totaal mochten we 40 kilo aan bagage inchecken, wij hadden 15 kilo over. De extra kilo's betalen en alsnog inchecken is een hele dure grap, dus wij hebben één koffer als 'unacompanied baggage' per vrachtpost verstuurd. Ook niet echt goedkoop, maar te doen. Omdat we dichter bij het vliegveld in Düsseldorf wonen dan bij Schiphol, stuurden we de koffer daarheen.
Vrijdag moesten we daarom naar Duitsland om onze laatste bagage op te halen. Dat ging niet zonder slag of stoot. Eerst en vooral was er eerder in de week bijna een hele ochtend mee gemoeid voordat het precies duidelijk was waar de koffer opgehaald kon worden en hoe de procedure was. Uiteindelijk kon een aardige Australiër (in Düsseldorf) van Qantas exact uitleggen wie er gebeld moest worden en waar we naar toe moesten. Op de, overigens zeer vriendelijke, Duitse medewerkers was het spreekwoord 'van het kastje naar de muur...' zeer toepasselijk. Dat was achteraf een alleszeggend voorteken!
Op naar Düsseldorf dus, een uurtje rijden van Mill. Ondanks het aanbreken van de meivakantie in Nederland en het lange weekend van 1 mei in Duitsland, zat het verkeer mee en stonden we inderdaad na 55 minuten voor de slagboom bij DUS Air Cargo Center. Die slagboom ging niet zomaar open, vanachter een raampje zat ons eerste obstakel driftig nee te schudden. Mét de 'bewijspapieren' in mijn hand liep ik naar hem toe, maar hij bleef maar terugwijzen. Uiteindelijk kon ik hem duidelijk maken dat we écht aan de andere kant van zijn slagboom moesten zijn en mochten we doorrijden. DUS Air Cargo Center heeft 4 ingangen, A-B-C en D, op ons papier stond dat we Eingang C moesten hebben. Toen dachten we nog dat het zo gepiept zou zijn, maar C was pas het eerste loket. Daar hadden ze inderdaad een document voor ons en na betaling mochten we door naar de volgende ronde: volgens de beambte meteen links onder de trap door de deur en dan rechts. Zo gezegd zo gedaan, maar dat was hélemaal fout. Na overhandiging van het net verkregen document werden we toegesnauwd (echt waar) dat we hier 'nicht richtig' waren en moesten we terug. Daar hadden we niet zoveel zin in, we wilden precies weten waar we dan wél heen moesten. Met veel armgebaar en harde woorden begrepen wij er eigenlijk nog niks van. Gelukkig kwam er net een vriendelijke Duitse jongen aan (van allochtone afkomst zo te zien) die ons meenam en de juiste weg wees. Bij dit loket waren we inderdaad goed, het was al wel hindernis nummer 4 als je de slagboom meerekent. De douane-beambte die ons ging helpen vroeg als eerste:"Ausweis bitte"! Echt waar! Toen hij onze verwarde gezichten zag, voegde hij daar aan toe:"Passport is auch richtig". Maar de toon was gezet. Na veel stempels en gegevens overtikken op de computer, werden we naar de volgende verwezen. Nog steeds konden we onze koffer niet ophalen, terwijl we al getekend hadden voor correcte ontvangst én betaald voor de afhandelingskosten. Eerst moesten we naar nóg een loket (nummer 5), daar wilden ze ook weer geld van ons voor het 'bewaren' van onze koffer. Uiteraard moesten daar weer formulieren voor ingevuld worden met veel stempels erop. Met het laatste officiële papier in onze hand werden we weer naar C gestuurd om daar te wachten tot onze naam zou worden omgeroepen. Op mijn vraag:"Wie lange geht dás dauern?" kreeg ik slechts opgetrokken schouders en 2 opgeheven handen met de palmen naar boven als antwoord. Het laatste obstakel bleek een soort IKEA magazijn te zijn waar met steekwagentjes rondgereden werd om 'das Gepäck' uit de rekken te halen. Na een laatste handtekening konden we eindelijk, na ongeveer een uur van loket naar loket te zijn gestuurd, onze 3de koffer (met voornamelijk vieze was...) mee naar huis nemen.

zondag 23 april 2006

Het gewone leven begint weer

Na een vakantie van 3 weken in Australië, zijn wij weer aan ons 'gewone leven' begonnen. Huis en tuin, vrienden, familie en werk vragen weer de normale aandacht en voor je het weet, is alles weer als van ouds.
Gelukkig hebben wij de foto's nog! Meer dan 300 foto's hebben we gemaakt, waarvan het grootste gedeelte op internet staat. Die foto's zullen samen met stukjes tekst verwerkt worden in een groot boek, zodat we steeds weer opnieuw kunnen genieten van onze vakantie. Maar daarbovenop hebben we dit jaar voor het eerst ook een DVD van onze vakantie gemaakt. Daarop staan een aantal korte videootjes met bijpassende muziek plús nog een keer het grootste gedeelte van de foto's. Het leuke van zo'n DVD is dat je de foto's op TV-formaat kunt kijken. Dan zie je nog beter hoe geweldig het was in Australië.
Zo'n DVD is ook gemakkelijk mee te nemen als je ergens op bezoek gaat. Wordt er dan naar de vakantie gevraagd, dan kunnen de verhalen 'verluchtigd' worden met beeldmateriaal.
Hieronder een kleine selectie uit alle foto's, van iedere week dat we in Australië waren zie je hier 2 opnames: Klik op de foto voor meer beeld

maandag 17 april 2006

Eten in Sydney

Na ruim 2 weken zijn we nu in Sydney aangeland. Een wereldstad die gezellig druk aandoet.
Iedereen heeft wel eens van Sydney gehoord en de meeste mensen associëren het met het bekende Sydney Opera House. Prachtig, inderdaad.
Maar wat ons vooral is opgevallen, zijn de grote aantallen Aziatische restaurants die je overal ziet. Natuurlijk is Australië geografisch ook meer met Azië verwant dan met Europa, maar door allerlei Europese (vooral Engelse) gebruiken die men hier heeft overgenomen, zou je dat bijna vergeten.
Vandaag, zondag 16-04-2006, hebben we gegeten bij Regal. Dat is een enórm Chinees Restaurant waar de gerechten niets met de kaart van de Nederlandse Chinees te maken hebben. Geen Babi Pangang en geen Nasi Rames, maar allerlei gestoomde vlees- en visgerechten.
Ook het bestek ontbreekt, alleen stokjes liggen klaar.
De bezoekers zijn voornamelijk Aziatisch, een enkele witte Australiër (of Europeaan) waagt zich aan een tafel in Regal.
Na de dim sim lunch vorige week in Perth, durfden wij het wel aan om bij Regal te gaan eten. We hadden al gezien dat het er behoorlijk druk kon zijn, dus gingen we op tijd op pad. Gelukkig was er nog wel een tafeltje voor ons en werden we vlot van een kaart en advies voorzien. Stokjes werden uit de verpakking gehaald en klaargelegd en een servet op je schoot uitgespreid (dat doen ze hier op veel plaatsen voor je, het lijkt op een soort ritueel...).
Toen we tot bestellen overgingen, kregen we van de manager zelf de waarschuwing dat we wel een érg Chinees getint gerecht hadden besteld. Misschien vergisten we ons en wilden we toch wat anders? Maar het was een bewuste bestelling: Yams. Dat zijn een soort zoete aardappelen, je moet er van houden, best smakelijk in combinatie met bijvoorbeeld vlees.
We hebben er heel lekker gegeten, mét stokjes en maar een beetje geknoeid. Om te beginnen een dim sim entree voor 2 (garnaal, varkensballetje en loempia - lekker makkelijk met stokjes ;-) en als hoofdgerecht eenmaal Chinese spare ribs en eenmaal crispy duck gevuld met yams. Yammie, yammie kun je wel zeggen. Compleet met gestoomde witte rijst hebben wij dat lekker uit ons bakje zitten lepelen (met stokjes uiteraard).
Standaard werd er een toetje van het huis geserveerd, bestaande uit vers fruit.
Na afloop kwam de manager nog maar eens vragen hoe de yams gesmaakt hadden, we konden hem geruststellen! Toch attent!

zondag 9 april 2006

Op de helft

Halverwege onze vakantie in Australië zijn we in Perth aangekomen. Na ruim een week de stilte van Central Australian en de Northern Territory vinden wij het hier wel heel druk. Liepen we een paar dagen geleden nog in stille verwondering rond Ayers Rock, gisteren verbleven we de hele dag op een toeristisch eiland in de Indische Oceaan: Rottnest Island.
Ayers Rock ligt midden op de heilige grond van de Aboriginals en alles is daar omgeven met mystiek. De grote rode kolos ziet er iedere minuut anders uit, afhankelijk van het licht en de hoek van waaruit je hem bekijkt. Heel Uluru - Kata Tjuka National Park is een aparte belevenis die je eigenlijk niet mag meemaken zonder goede uitleg van een gids. Wij werden daarin bijzonder goed geholpen door Ray en Dave, de 2 buschauffeurs annex gids annex kok/cateraar die onze dagtrip verzorgden. Alle lof voor hun organisatietalent!
Ook het verhaal dat na zonsondergang de weinig verharde wegen in de outback worden 'geteisterd' door kangoeroes hebben we met eigen ogen kunnen zien. Wij begrijpen nu waarom het niet toegestaan is om een rental car tussen dusk en dawn te gebruiken. Tenminste, gebruiken is één ding maar je kunt je niet verzekeren tegen animal damage. Tijdens onze busrit in het donker hebben we zeker 40 springers langs de kant van de weg zien zitten, springers die rustig een andere kant opgaan dan de richting waarin ze kjken. De meeste kangoeroes werden keurig ontweken door Ray of Dave, afhankelijk van wie reed, maar eentje heeft het helaas met de dood moeten bekopen! Deze jongen verkoos de dood boven het leven en sprong op het laatste moment tóch voor de bus. Een harde klap maakte een einde aan dit kangoeroeleven. In de bus werd gehuiverd...

Nee, dan Rottnest Island, daar mogen geen auto's komen. Kangoeroes komen er trouwens niet voor, wel quokka's. Quokka's zijn kleine buideldieren die nog het meest aan ratten doen denken. Ze zijn echter allesbehalve eng, hebben zelfs een hoge aaibaarheidsfactor. Omdat ze geen natuurlijke vijanden op het eiland hebben, laten ze zich gemakkelijk benaderen én aaien. Ze zitten het liefst in de schaduw, maar komen zeker naar je toe als je ze aanhaalt. Met wel 5 tegelijk blijven ze achter je aanlopen, om dan opeens weer in de bossen te verdwijnen. Het zijn grappige nieuwsgierige beestjes die ondanks de vele toeristen op het eiland nog steeds geen afkeer van mensen hebben.

maandag 3 april 2006

Australië's outback


In het Desert Park Museum in the Alice (zoals de Aussies Alice Springs zelf noemen), zijn verschillende woestijnhabitats uit Australië bij elkaar gebracht. Vogels, slangen en andere reptielen, insecten, ratten, muizen, maar ook kangaroes en emoes. Het lijkt een heel groen park omdat er uit verschilende delen van Australië planten zijn overgebracht, maar ook de grassoort spinifex (ongeveer 60% van Australië is hiermee bedekt!) en de white gum tree die hier al van nature groeien. Al met al ziet het er redelijk groen uit en is er veel variatie. Dat is heel anders als je er vanuit de lucht naar kijkt. Vanuit het vliegtuig is de woestijn vooral een hele uitgestrekte rode vlakte met hier en daar een groen vlekje. Maar er is dus volop leven in de outback!
Zondag hebben we een rit van anderhalf uur gemaakt om dat met eigen ogen te zien. We reden over een kaarsrechte weg (Stuart Highway) en kwamen maar heel zelden iemand tegen. Links en rechts van de weg, overal waar je kijken kunt, strekte de outback zich voor ons uit. Soms afgeschermd met hekken om de kangaroes van de weg te houden. Helaas lukt dat niet altijd, de enige kangaroe die we zondagmiddag in het wild hebben gezien was dan ook een dooie. Op sommige plaatsen langs de Highway zijn cattle stations en zie je over een enorme uitgestrektheid paarden grazen in de droogte.
Ons uiteindelijke doel waren de Henbery Meteorite Craters, waarvoor we dus eerst 130 km over een kaarsrechte asfaltweg reden om vervolgens nog 15 km over een dirtroad (rode steenslag) te moeten. Eigenlijk mochten we met onze huurauto niet van de harde weg af, dirtroads zijn ten strengste verboden, gelukkig hebben we geen lekke band of andere pech gehad!
Eenmaal aangekomen bij de Craters zagen we wel de verrassing van ons leven, want er liep een heuse dromerdaris rond. Overal lag trouwens ook dromedarispoep, dus er moeten er meer geweest zijn. Inmiddels hebben we ons laten vertellen dat die dromedarissen (camels worden ze hier genoemd) afstammen van door de Engelsen ingevoerde Afghaanse exemplaren. De karavaan werd begeleid door Afghaanse kamelendrijvers en ingezet om in de bevoorrading van Alice Springs te voorzien. De spoorlijn van Adelaïde naar Alice Springs, die in 1929 dit werk en de kamelen overbodig maakte, is genoemd naar hen: de Ghan. De kamelen zijn toen losgelaten en lopen sinds die tijd in het wild rond. Markant detail hierbij is dat er inmiddels camel farms zijn in de outback die de daar gefokte kamelen verkopen aan sjeiks in Saudi-Arabië. Hiervoor worden de kamelen weer gevangen om mee te fokken.
Op de plaats van bestemming zaten trouwens weer zo ontzettend veel vliegen - wat wil je ook met al die kamelenpoep - dat we er niet lang gebleven zijn. We hadden genoeg outback gezien voor een dag. 's Avonds konden we de woestijnbewoners nog eens op ons gemak bekijken in het Desert Park Mueseum in Alice Springs, daar was namelijk de openingsreceptie van het internationaal pneumokokkencongres waarvoor we hier zijn. Het enige dier wat er volgens mij echter ontbrak, was de kameel!

zondag 26 maart 2006

Feest van herkenning en een verre reis



Op één dag na was ik gisteren voor de tweede keer in een half jaar op een reünie. In september was het groot feest om veel mensen van de middelbare school weer te zien en gisteren vierden we die herkenning met 20 klasgenoten van onze eerste klas uit 1972 van de Pedagogische Academie. En herkenning was er, soms wat aarzelend in het begin, maar meestal direct en volop aanwezig. Wonderlijk ook hoe vertrouwd je met mensen kunt zijn die je zo lang niet gezien hebt. Hoe vaak ik gisteren gehoord heb dat ik nog niks veranderd ben - en dan ga ik er maar even van uit dat dat minder over mijn uiterlijk dan over mijn uitstraling ging - kan ik niet navertellen. Zelf hervond ik ook meteen in iedereen de persoon die ik meer dan 30 jaar geleden voor het laatst had gesproken. Gemoedelijk hadden we het over van alles en nog wat en samen haalden we veel herinneringen op. Omdat het maar om een klein groepje ging, kon dat ook gewoon - onderwijsmensen eigen - in de kring!
Met de zaaleigenaar was afgesproken dat er muziek uit de jaren 70 gedraaid zou worden, maar ik kan me geen enkel nummer herinneren. Waarschijnlijk produceerden we zelf zo verschrikkelijk veel herrie, dat er geen muziek tegenop kon! Gelukkig werden we regelmatig voorzien van vers spraakwater, zodat onze tongen niet vastliepen.
Met deze hernieuwde kennismaking kunnen we er weer een tijdje tegen om elkaar niet te zien. Maar in tegenstelling tot de afgelopen 30 jaar, zullen we deze keer wat gemakkelijker contact houden. Natuurlijk hebben we adressen en telefoonnummers uitgewisseld, maar door de weblog die ik voor de reünie heb gemaakt, kunnen we elkaar altijd bereiken. En dankzij de e-mail is het ook eenvoudiger om snel even wat aan elkaar te vertellen. Zo blijven we, als we willen, van elkaars doen en laten op de hoogte.



Donderdag a.s. vertrekken Ger en ik voor 3 weken naar Australië. De laptop gaat mee en als het even kan, zal ik vanaf deze plek ook af en toe iets melden vanuit down under. Om te beginnen vanuit Alice Springs, waar we 6 dagen zullen verblijven. Dus even geen stukjes uit Mill en geen belevenissen uit die buurt, maar berichten uit den vreemde.
Volg onze avonturen op deze weblog en op http://gerenriky.waarbenjij.nu

zaterdag 18 maart 2006

Op Spaans Avontuur


Voor het eerst in weken scheen de hele dag de zon op zaterdag. Daarmee hadden we enorm geboft, het was prima weer om onze Spaanse culinaire wandeling in Antwerpen te gaan maken. Het was wel steenkoud, vooral de wind was heel onaangenaam.
In verband met een bijzondere gelegenheid hadden wij een weekendje Antwerpen aangeboden gekregen, met daarin opgenomen bovengenoemde culinaire wandeling. We begonnen 's ochtends om 11 uur in een eeuwenoude kelder midden in Antwerpen. Onze gids Mieke Busman stelde zich voor en startte meteen met de 'les' door ons op de kaart mee te nemen naar de wijngebieden in Spanje. De eerste proeverij was daarmee begonnen: een Cava van het huis Palau. Champagne mag je het niet noemen, maar de Spaanse benaming 'método traditional' voldoet ook prima.
De eerste stopplaats op de Nationaalstraat voerde ons via het museum Plantin Moretus (drukkunst) naar het Huis De Spiegel. Dit huis heeft de oudste pagaddertoren van Antwerpen en is tegelijkertijd het oudst bewaard gebleven woonhuis van de stad (1496), helaas is het iets te grondig gerestaureerd en doet het niet meer echt oud aan. Na deze geschiedenislessen van Mieke, togen we naar El Valenciano: dé Spaanse winkel van Antwerpen met een uitgebreide en zeer oude wijnkelder. In die kelder gingen wij sherry proeven, een Manzanilla afkomstig uit San Lucar de Barramedo. Hierbij kregen wij Spaanse kazen (schapenkaas Manchego en Mahon, een koekaas uit Menorca) en charcuterie (Jamón Serrano, Jamón Iberico, Chorizo en Salchichón). Mieke vertelde er uiteraard een leuk verhaal bij, o.a. over gewone en over zwarte varkens.
We hadden het inmiddels wel erg koud, want in de kelder was alles 'lekker' behalve de temperatuur. Zo veel mogelijk de zon opzoekend wandelden we verder richting Schelde en gingen bij Otterman (een Nederlandse wijnhandel in Antwerpen) 3 verschillende olijfoliën proeven (Hojiblanca, Manzanilla en Arbequina). Zo van het lepeltje of naar believen met een stukje brood. Ook stonden er olijven om van te smullen.
De laatste etappe voerde ons via de Paardenmarkt naar de Ankerrui, waar ons bij het originele Spaanse Routiers Restaurant Las Mañas een stevige lunch stond te wachten. Een voorafje van ansjovis met (met de hand gepelde) rode paprika, gevolgd door 2 pittige stoofschotels (Cordero Guisado: lamspot en Zarzuela de pescado: vispot), aangevuld met wijn uit verschillende wijngebieden in Spanje. Wij zelf hielden het hierbij op een Rosado uit Navarra, heerlijk.
Ter afsluiting dronken we nog cafe bonbon of cafe cortado.
Zo'n wandeling is voor iedereen aan te raden, houd er wel rekening mee dat je er (bijna) een hele dag mee kwijt bent. Meer informatie erover vind je op www.culinairewandelingen.be of www.antwerpenaverechts.be

maandag 13 maart 2006

Boem Paukeslag





De Koninklijke Schouwburg in Den Haag vormde zondag het decor van een bijzondere gebeurtenis. In het kader van de naderende boekenweek vonden daar in de reeks Het Voorwoord ontmoetingen plaats tussen schrijvers, musici en publiek met daaromheen optredens van wereldsterren. En dan bedoel ik met wereldsterren in dit geval muzikanten die wereldmuziek vertolken. Voor ons een aanleiding om erheen te gaan. De hoofdaanleiding voor ons waren de optredens van Cheikh Lo en de uit Mali afkomstige Amadou en Mariam.
Maar ook de literaire kant van het geheel trok ons enorm aan. En het was een succes!
Het moeilijkste was nog om een goede keuze te maken in wat we allemaal wilden zien. Een aantal favoriete voorstellingen liep namelijk parallel, niet te voorkomen natuurlijk op zo'n evenement. Wij zijn begonnen in de Koning Willem I foyer en zagen daar o.a. Jan Kuitenbrouwer uit eigen werk voorlezen. Het ging over zijn adoratie voor Brian Wilson van de Beach Boys. Inderdaad, een schrijver over zijn favoriete muziek!
Halverwege het Wah Wah optreden in de Koning Willem I foyer kozen we ervoor om het interview door Joost Zwagerman met Barry Hay van de Golden Earring bij te wonen. We hoorden o.a. dat Barry helemaal geen echte Hagenees is, meer nog Amsterdammer. Met veel gevoel voor humor vertelde hij over zijn jeugd in India, zijn komst naar Nederland en de jaren met The Hagues en de Golden Earring(s). Ook over de gezamenlijke optredens met Herman Brood wist hij leuke anekdotes te vertellen. Hierna snel naar de Grote Zaal, eigenlijk waren we daar al een kwartiertje te laat voor het optreden van Cheikh Lo. Omdat we de ingang niet zo snel konden vinden, kwamen we in een van de loges terecht en hadden een prima uitzicht op deze geweldige zanger/gitarist uit Senegal. Een uur en een kwartier luisterplezier, het was om voordat we het beseften.
Inmiddels was het 6 uur geweest en we hadden wel zin in een hapje. Daar bleken meer mensen last van te hebben, er stond een enorme rij voor de voedselvoorziening. Gelukkig ging het redelijk snel en konden wij met ieder 4 wraps - door een misverstand de dubbele hoeveelheid besteld - ergens een rustig plekje opzoeken. Ze waren heerlijk.
Omdat Amadou en Mariam om half 8 in de grote zaal zouden optreden, leek het ons verstandig om daar op tijd naar toe te gaan. Hierdoor maakten we ook nog mee dat Joost Zwagerman uit eigen werk voorlas over Ilse de lange, Krezip en Duo Penotti (Perfect Day - zijn boek over popmuziek).
Voor ons kwam hierna het hoogtepunt van de dag: Amadou en Mariam. Met een enthousiaste band erachter was het een groot muziekfeest. Klik hier om een klein stukje mee te beleven.
Na de vrolijke tonen van de Afrikaanse muziek wilden we ook nog wel een serieus interview bijwonen. Dat werd het gesprek tussen Gijsbert Kamer en Spinvis: Erik de Jong uit Nieuwegein, die we daar overigens nooit zijn tegengekomen, is een bijzondere artiest. Heel bescheiden, maar ontzettend begaafd, knutselt hij stemmen en muziek in elkaar tot een ritmisch popgeluid. Nog leuker is, dat hij er ook ontzettend mooi over kan vertellen. Zijn laatste project is heel verrassend met Simon Vinkenoog, omdat die man zo'n melodieuze stem heeft. Spinvis hoort er muziek in en deelt dat met iedereen die zijn cd wil kopen. Een aanrader.
Wij hebben een heerlijke dag gehad in Den Haag, het was de moeite van de vele kilometers waard.

zondag 5 maart 2006

New York New York


Even op en neer naar New York, het kan! Ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis vertrok ik dinsdag met een vriendin voor een paar dagen naar New York. Een speciaal arrangement beloofde ons 3 hele dagen in NYCity en dat is ook bijna gelukt! Dinsdagochtend 11.10 vertrokken vanuit Brussel-Zaventem en dinsdagmiddag 13.15 plaatselijke tijd geland op New York-JFK. Vervolgens met de shuttlebus naar Grand Central Station (East 42nd Street) en van daaruit tevoet naar ons hotel aan West 45th Street. Om half 4 waren we ingecheckt en konden beginnen met onze verkenningstocht op Manhattan. Het was overweldigend: druk, overal licht, veel herrie en overal waar je kijken kunt flitsende reclames. Wij keken onze ogen uit! Alles was een avontuur, een plekje zoeken om te eten, koffie drinken bij Starbucks, pinnen bij The National Bank of America en uiteindelijk het hotel terugvinden. Dat laatste ging trouwens steeds eenvoudiger dan we dachten, het drong zich letterlijk aan ons op met ingangen aan 45th Street en aan 7th Avenue. We waren blij toen we 's avonds in ons hotelbedje lagen.
De volgende dag hadden we een afspraak met een Big Apple Greeter (aan te raden voor iedereen die NYCity bezoekt, kijk op www.bigapplegreeter.org). Hij zou ons op een wandeling van ongeveer 4 uur meenemen naar zijn neighborhood, zodat we ook een andere kant van New York leerden kennen. We hadden met hem afgesproken in de lobby van het hotel, daar stond hij inderdaad op ons te wachten. John Murphey, een man van aanzienlijke leeftijd. Bij navraag bleek hij 78 jaar te zijn en hij had heel wat te vertellen. Hij nam ons mee naar Brooklyn, naar de buurt waar hij zelf was opgegroeid. Prachtige, voor Amerikaanse begrippen, oude huizen en mooie brede straten. Bij veel gebouwen kregen we bijzondere verhalen te horen. We sloten de wandeling af in Brooklyn Heights, de wijk waar de allerrijksten van New York City graag wonen. John ging met de metro weer naar huis en wij wandelden over de Brooklyn Bridge terug naar Manhattan. Een fantastische ervaring!
Vanaf de Brooklyn Bridge zijn we naar Ground Zero gelopen, daar wordt alweer flink gebouwd, en van daaruit naar de terminal van de Staten Island Ferry. Er zijn 2 dingen gratis in NYCity: The Big Apple Greeters en Staten Island Ferry. Als echte Nederlanders hebben wij die dus ook gedaan. Maar eigenlijk zou ik iedereen aan willen raden om de overtocht met de ferry een keer te maken, je hebt prachtig uitzicht op zowel Manhattan als op het Vrijheidsbeeld.
Na terugkeer met de veerboot zijn we nog in de terminal in de metro gestapt en vlak bij het hotel er weer uit. Je ziet niks van de stad, maar het gaat wel snel.
's Avonds hebben we gegeten bij B.B. King in zijn Bluesclub in the City.
De laatste dag was het helaas, na 2 dagen volop zon, erg slecht weer. We zagen 's ochtends al op TV dat er scholen gesloten waren ivm hevige sneeuwval en ook wij werden niet gespaard. Van ons geplande uitstapje naar het Empire State Building kwam niet veel terecht. We hebben het wel gevonden, maar door het slechte weer zagen we er niet eens de bovenkant van, dus het was zinloos om naar de top te klimmen om van het uitzicht te genieten. Ook ons voorgenomen bezoek aan Strawberry Fields in Central Park viel letterlijk in de (sneeuw)regen. Uiteindelijk sloten we deze dag af met een bijzonder lange en vervelende vertraging van het vliegtuig voordat we weer vanaf John F. Kennedy konden vertrekken. Op vrijdagmiddag om ongeveer 13.00 uur stonden we weer op Europese grond in Brussel-Zaventem.

zondag 26 februari 2006

Van 3 naar 1

Waren wij tot januari 2006 nog eigenaar van 3 huizen, binnenkort hebben we er gewoon nog maar 1. Gelukkig. Eerder op deze weblog beschreef ik al het moeizame traject dat wij doorliepen om ons huis in Nieuwegein te verkopen. Daarvoor hadden we alles uit de kast gehaald: makelaar ingeschakeld, advertenties geplaatst, bord in de tuin en foto's op internetsites. Helaas duurde het 15 maanden voordat we het verkochten.
Ongeveer een jaar geleden, we woonden net in Mill, besloten we om ons vakantiehuisje in Meijel te verkopen. We kwamen er eigenlijk niet meer en de noodzaak om een uitvalsbasis in de buurt van Deurne te hebben, was met onze verhuizing naar Mill verdwenen. We waren het er nog niet helemaal over eens of we het nou wel moesten verkopen. We konden in ieder geval eerst eens proberen of er wel belangstelling voor was. Low profile in de verkoop zetten dus. Heel geschikt hiervoor zijn Speurders.nl en Marktplaats.nl. Geen makelaar, geen dure advertentiekosten en geen bord in de tuin. Gewoon afwachten of er iemand reageert op een kleine onopvallende advertentie op die websites. Dat gebeurde inderdaad, regelmatig ontvingen we een mailtje waarin om meer informatie werd gevraagd. Meestal hoorden we niks meer als we terugmailden dat het om een bungalow op erfpachtgrond ging. Tweemaal kwam het tot een bezichtiging, heel serieuze mensen beide keren. De eerste gegadigde zocht een plek waar hij zich terug kon trekken, daar is ons huisje inderdaad heel geschikt voor. Helaas wilde deze man weten welke kleur geld wij wilden hebben voor ons huis, want er moest een groot bedrag witgewassen worden. Ook de erfpacht en het feit dat de beheerder van het park zich met de verkoop zou bemoeien, waren een groot bezwaar. Dit ging dus over. De tweede keer dat er kijkers kwamen, reed er een stationwagon met een compleet gezin ons perceel op. De kinderen waren razend enthousiast en ook pa en ma zagen het allemaal wel zitten. Maar de afstand Amsterdam-Meijel was toch een te groot bezwaar om ieder weekend te moeten overbruggen. Ze zochten, heel begrijpelijk, liever iets dichterbij! Intussen bleven de mailtjes met vragen om informatie met enige regelmaat komen en gingen wij er af en toe heen om te kijken of alles nog in orde was.
Tot er ongeveer 2 maanden geleden een bod werd gedaan via de parkbeheerder. Er moest even onderhandeld worden, maar wij zijn er heel mooi uitgekomen. Op 15 maart gaan wij na 10 jaar weer naar de notaris in Heythuysen, dan hebben we opeens nog maar 1 huis.
Gelukkig!

zondag 19 februari 2006

Rowwen Hèze en New York


Dat mijn bericht van vorige week door zo veel mensen gelezen zou worden, had ik nooit kunnen denken. De eerste paar dagen dat het op de weblog stond, viel dat ook nog wel mee. Maar zaterdagochtend - een week na publicatie - begon het opeens storm te lopen. Met gemiddeld 14 bezoekers per uur werd de weblog bezocht via een link op de Rowwen Hèze website.
Ze hadden me gevonden; nou ja, in ieder geval de webmaster van hun site had me gevonden. Met de vermelding dat het "zo illegaal als de pest" is, kan ik heel goed leven. De filmpjes zijn opgenomen (met een telefoon!) voor eigen gebruik en ik deel ze met mijn vrienden. Zonder er ook maar iets mee te verdienen, als je tenminste alle aandacht die het getrokken heeft niet meerekent. Het heeft me in ieder geval een heel goed gevoel gegeven dat ik zo'n prominente vermelding heb gekregen!
De band is nu op vakantie, lekker skiën. Dat is tenminste zo, als je daarvan houdt. Wie mij een beetje kent, weet dat ik een gruwelijke hekel aan sneeuw heb en dus ook niet op wintersportvakantie zal gaan. Op carnavalsdinsdag vertrek ik voor een paar dagen naar New York en ik hoop dan ook dat het daar dan inmiddels weer sneeuwvrij is. Deze week kreeg ik namelijk verontrustende berichten binnen over een ingesneeuwd Manhattan. Time Square leek wel één grote skipiste en de plaatjes van gestrande reizigers op JFK zagen er ook al niet aantrekkelijk uit. Gelukkig heeft de sneeuw ruim de tijd om te smelten, dus zal het allemaal wel loslopen. Dat moet ook, want in New York zullen we rondgeleid worden door een Big Apple Greeter (in ons geval John Murphey, ik hoop dat hij zijn naam geen eer aandoet...). Hij gaat ons in ongeveer 4 uur allerlei plekjes van NYCity laten zien waar je normaal als toerist niet zo gemakkelijk komt, het grootste gedeelte te voet! Als ik weer terug ben, zal ik op deze plaats verslag doen van NYCity's bijzondere plaatsen en bezienswaardigheden.

zaterdag 11 februari 2006

Een kwestie van geduld


In een poging om hun doelstelling "Rustig waachten op d'n daag..." wat sneller uit te laten komen, besloot Rowwen Heze om voor hun super jubileumconcert naar de Heineken Music Hall in Amsterdam te gaan. En met hen busladingen en veel auto's met Limbo's en uiteraard ook veel Brabo's. Het zuiden toog in grote getale naar Amsterdam en eenmaal daar aangekomen, hoorde men meteen waar het om ging. Onder de Music Hall, buiten op de Arenaboulevard, binnen bij de Febo; werkelijk overal klonken zachte g's en werd er lustig Limburgs geklapt. Het was één groot feest van en voor de echte Rowwen Heze fans. Eenmaal binnen zag men dan ook overal vrienden en bekenden en natuurlijk de markante figuren die ook altijd in de tent in Horst-America komen. Het Limburgs was de voertaal, gelukkig wordt dat ook redelijk verstaan door alle (Zuidoost-)Brabanders die naar Amsterdam zijn gekomen. Uitverkocht op vrijdagavond, dat was te merken. Tenminste, beneden op de vloer stond het echt vol; het was verplicht mee te springen, stilstaan was onmogelijk. Maar wie zou er ook stil willen staan bij zulke muziek, dat lukt niemand. Opvallend was ook, dat er enorme hoeveelheden bier de lucht ingingen. Nou zijn Rowwen Heze fans wel wat gewend, maar hier ging het duidelijk om Heineken bier! Dat liever de lucht in dan Gulpener of Bavaria natuurlijk. Er werd door menigeen opgemerkt dat men in lange tijd niet zó nat was geweest tijdens een optreden. De meeste bekende nummers van de afgelopen 20 jaar werden met veel enthousiasme gebracht én ontvangen. Er was eigenlijk maar één nummer dat ikzelf echt gemist heb, dat is "Heilige Antonius". Voor mij naast "De Peel in brand" nog altijd bovenaan mijn lijstje van Rowwen Heze nummers.
Rowwen Heze vierde de afsluiting van haar jubileumjaar met gastoptredens van Stevie Ann (uit Roggel!), Mariachi Tierra Caliente en Huub van der Lubbe en Pim Kops van De Dijk. Doorweekt, maar volmaakt gelukkig werd er gesprongen, geklapt en meegezongen.
Voor iedereen die er ook bij had willen zijn stonden er op deze plaats links naar korte stukjes live-video. Omdat er opeens véél te veel dataverkeer op de website ontstond, zijn ze op verzoek van mijndomein.nl weggehaald. Lees ook Zondagmiddag in het Zuiden op deze weblog.

zondag 5 februari 2006

Manicure aan huis

Iedere donderdagochtend ga ik als het even kan naar het verpleeghuis, naar mijn dementerende moeder. Het is elke week weer een verrassing hoe ik haar en de andere bewoners aantref. Soms is het een drukte van belang en zie je overal bewoners lopen, van een enkele bewoner hoor je zelfs wáár hij zich bevindt. Dat kan zijn door het ritmisch trommelen op een tafel of, zoals een van de bewoners graag doet, het imiteren van Donald Duck. Meestal is er ook nog een groep die in de kleine huiskamer bij het voorlezen aanwezig is. Ik noem het hier bewust "aanwezig is", omdat luisteren niet altijd meevalt als je dementeert en in een eigen wereld leeft.
Mijn moeder neemt nooit deel aan welke activiteit dan ook, zij zit volkomen stil op haar stoel een beetje voor zich uit te kijken. Als ik haar begroet is haar antwoord meestal: "Och kijk, ben jij ook hier?" Zo ook deze week.
We gaan dan samen in een van haar fotoalbums kijken. Ze herkent dan meestal nog wel iemand op een van de foto's die ze in betere tijden zelf gemaakt heeft. Maar deze week was er geen enkele aandacht voor mij of de foto's.
Er heerste verhoogde activiteit op de afdeling, want de verzorging had het op zich genomen om de nagels van de dames en heren bewoners "te doen". "Piet, mag ik even je hand vasthouden?" "Nee." "Mevrouw, zullen we uw nagels weer eens mooi lakken?" Deze mevrouw ging er helemaal voor zitten, je kon zien dat ze het heerlijk vond dat er aan haar handen gewerkt werd. Een andere bewoonster met erg trillende handen trok een heel blij gezicht, maar nagels knippen ging niet lukken. "Och Nella, dan gaan we je nagels toch lekker bijvijlen. Dat gaat veel beter!"
Mijn moeder was nog niet aan de beurt voor de manicure, maar ze vond het geweldig interessant. Eens per 14 dagen gaat ze naar de huiskapper en regelmatig worden haar nagels gelakt. Aan aandacht ontbreekt het de bewoners niet en ze genieten er zichtbaar van. Alle lof voor de verzorging die met engelengeduld met deze mensen bezig is, en het mooie is dat ook zij er zichtbaar van genieten!